Twee medische experts aan het woord over de toegevoegde waarde van innovatieve geneesmiddelen in oncologie
Dankzij de investeringen van de biofarmaceutische sector komen er elk jaar innovatieve behandelingen bij die niet alleen de overlevingskansen maar ook de levenskwaliteit van patiënten beduidend verbeteren.
We gingen in gesprek met twee experten in oncologie over de belangrijkste doorbraken en de impact ervan in hun vakgebied en de rol van de biofarmaceutische sector daarin. We vroegen hen meteen ook welke uitdagingen en kansen ze nog zien voor onze sector om de kankerzorg in België verder te verbeteren.
In gesprek met prof. dr. Ahmad Awada
Prof. dr. Ahmad Awada heeft meer dan 25 jaar ervaring als oncoloog. Hij werkte doorheen zijn loopbaan actief mee aan de klinische ontwikkeling van diverse innovatieve kankerbehandelingen en bouwde een sterke expertise op in de behandeling van solide tumoren. Sinds medio 2024 is hij directeur van het Chirec Cancer Instituut (CCI), het grootste privé-kankercentrum in België. Als voorzitter van All.Can Belgium zet hij zich samen met patiëntenorganisaties, zorgverleners, experts, beleidsmakers en bedrijven in om de kankerzorg in België efficiënter, patiëntgerichter en innovatiever te maken.
- Welke doorbraken heeft u de afgelopen vijf jaar in de oncologie gezien?
In de voorbije jaren heeft de oncologie opnieuw grote stappen vooruitgezet. Er zijn tal van nieuwe behandelingen bijgekomen. Daardoor zijn niet alleen de overlevingskansen maar is ook de levenskwaliteit van patiënten beduidend verbeterd. Kankerzorg wordt ook meer en meer multidisciplinair benaderd. We pakken bovendien niet alleen de kanker aan, maar we bekijken de mens in zijn geheel. Kankerzorg is vandaag echt maatwerk geworden, volledig afgestemd op de individuele patiënten en hun unieke situatie.
- Hoe ziet u de rol van de biofarmaceutische sector in deze evolutie?
Zonder de investeringen van biofarmaceutische bedrijven in onderzoek en ontwikkeling zouden veel van de innovatieve behandelingen waarover we vandaag beschikken er niet zijn geweest. De sector zorgt er ook voor dat patiënten sneller toegang krijgen tot nieuwe, doeltreffende behandelingen.
- Wat zijn vandaag de grootste uitdagingen in het domein van oncologie? Waar ziet u nog kansen voor verbetering?
Eén van de belangrijkste uitdagingen blijft de snelle toegang tot innovaties. Daarnaast moeten we echt werk maken van een grondige herziening van het Kankerplan, dat al dateert van 2008, zodat het aansluit op de realiteit van de oncologie vandaag. Ons gezondheidszorgsysteem kan momenteel de snelle ontwikkelingen binnen ons vakgebied niet bijbenen. Hier hebben we structureel nog heel wat werk te verzetten.
- Welke rol kan of moet de biofarmaceutische sector spelen om deze uitdagingen aan te pakken en innovatie te versnellen?
Je kan geen vlotte toegang tot innovaties in kankerzorg verzekeren als de betrokken partijen – de farmaceutische bedrijven, zorgverleners, regelgevende instanties én patiënten – niet in alle openheid en vertrouwen met elkaar in dialoog gaan. Binnen All.Can werken we aan initiatieven die net die dialoog mogelijk maken.
Daarnaast hebben we een duidelijke afbakening nodig van de minimumcriteria waaraan te evalueren innovatieve behandelingen moeten voldoen om klinisch (en statistisch) betekenisvol te zijn. Deze criteria moeten onder andere rekening houden met het type tumor, de klinische context en de al dan niet dringende nood aan innovatie.
- Welke factoren kunnen volgens u bijdragen tot een bredere uitrol van veelbelovende therapeutische innovaties in België?
Bij All.Can zijn we dit onderwerp momenteel aan het uitdiepen. Vaststaat in elk geval dat de kwaliteit van klinische studies over de hele lijn excellent moet zijn, van het ontwerp tot de uitvoering en opvolging ervan. Belangrijk is ook dat het primaire einddoel van het onderzoek een duidelijk aantoonbaar klinisch voordeel oplevert. Dit voordeel moet minstens overeind blijven en liefst toenemen naarmate de studie vordert. We moeten ook naar een aanvaardbare drempel voor het stopzetten van behandelingen omwille van bijwerkingen (bijvoorbeeld niet meer dan 15 %).
Verder moeten we streven naar minder uitzaaiingen op afstand in een vroeg stadium van kanker, en naar minder ziekenhuisopnames en een stabiele of verbeterde levenskwaliteit voor patiënten met uitgezaaide kanker.
In gesprek met prof. dr. Evandro de Azambuja
Prof. dr. Evandro de Azambuja is medisch oncoloog aan het Jules Bordet Instituut in Brussel, een geïntegreerd multidisciplinair centrum volledig gewijd aan de behandeling van kankerpatiënten. Hij is gespecialiseerd in de behandeling van borstkanker, klinische studies en cardio-oncologie. Momenteel is hij voorzitter van de Belgische Vereniging voor Medische Oncologie (BSMO) en Director of Membership bij de European Society for Medical Oncology (ESMO).
- Welke doorbraken heeft u de afgelopen vijf jaar in de oncologie gezien?
De brede invoering van immunotherapieën, zoals checkpointremmers en CAR-T-celtherapieën, en de uitbreiding van gerichte behandelingen op basis van moleculaire tumorkarakterisering hebben de kankerzorg ingrijpend veranderd. Ook de vooruitgang in radiotherapie helpt ons om steeds preciezer te werken en gezond weefsel te sparen. Daarnaast transformeren digitale gezondheidstechnologieën en artificiële intelligentie steeds meer de diagnostiek, behandelplanning en patiëntopvolging.
Deze innovaties maken de behandeling van kanker persoonlijker en doeltreffender, met minder bijwerkingen. Dat zorgt voor een aanzienlijke verbetering van de levenskwaliteit. Bovendien maken telegeneeskunde en -monitoring het zorgtraject een stuk efficiënter. Behandelingen zijn daardoor toegankelijker en kunnen beter worden gecoördineerd binnen multidisciplinaire teams.
- Hoe ziet u de rol van de biofarmaceutische sector in deze evolutie?
De biofarmaceutische sector heeft met haar sterke investeringen in O&O een sleutelrol gespeeld in de recente doorbraken in immunotherapie, gerichte therapieën en precisiegeneeskunde. Samenwerkingen met academische instellingen en klinische onderzoeksnetwerken hebben de ontdekking en goedkeuring van nieuwe kankerbehandelingen versneld. Daarnaast dragen biofarmaceutische bedrijven in belangrijke mate bij aan digitale oplossingen die patiëntopvolging en therapietrouw verbeteren.
- Wat zijn vandaag de grootste uitdagingen in het domein van oncologie? Waar ziet u nog kansen voor verbetering?
Ondanks de opmerkelijke vooruitgang zijn er nog aanzienlijke uitdagingen. Zo beperken behandelresistentie en ziekterecidieven nog steeds de langetermijnresultaten. De toegang tot geavanceerde therapieën is ook nog sterk afhankelijk van de regio, de aanwezige zorginfrastructuur en sociaaleconomische factoren. Het beheersen van bijwerkingen, vooral bij oudere en kwetsbare patiënten, blijft eveneens een aandachtspunt.
Er liggen nog veel kansen voor verbetering in vroegdetectie en preventie, het uitbreiden van gepersonaliseerde geneeskunde naar een breder scala aan kankers, en zorgmodellen die fysieke, emotionele en sociale ondersteuning integreren. Verder kan het verzamelen en delen van real world evidence de klinische besluitvorming optimaliseren. Tot slot verdienen nazorg en levenskwaliteit na de behandeling meer aandacht en middelen.
- Welke rol kan of moet de biofarmaceutische sector spelen om deze uitdagingen aan te pakken en innovatie te versnellen?
De sector moet blijven inzetten op O&O, maar met meer aandacht voor toegankelijkheid en betaalbaarheid zodat hun innovaties meer patiënten bereiken. Ook nauwe samenwerking met zorgverleners, regelgevende instanties en patiëntenorganisaties blijft cruciaal om innovaties beter af te stemmen op de klinische praktijk.
Verder zijn investeringen nodig in vroegtijdige detectie, behandelresistentie en gepersonaliseerde zorg, ondersteund door datawetenschap en digitale gezondheidstools. Door open innovatie en patiëntgerichte modellen te omarmen, kan de biofarmaceutische sector niet alleen de overlevingskansen maar ook de levenskwaliteit van kankerpatiënten wereldwijd verbeteren.
- Welke factoren kunnen volgens u bijdragen tot een bredere uitrol van veelbelovende therapeutische innovaties in België?
Een eerste hefboom is een snellere goedkeuring en terugbetaling. De Belgische procedure Early and Fast Access is hierin een belangrijke stap, omdat ze veelbelovende behandelingen voor ernstige of levensbedreigende aandoeningen beschikbaar maakt nog vóór volledige goedkeuring door het EMA. Daarnaast moeten we investeren in zorginfrastructuur en opleiding. Veel geavanceerde therapieën vragen immers gespecialiseerde centra en uitrusting en hoogopgeleide zorgverleners. Belangrijk daarbij is het wegwerken van geografische verschillen om gelijke toegang in het hele land te garanderen.
Verder is een herwerking van het terugbetalingssysteem nodig, want dat is nu niet afgestemd op innovatieve therapieën zoals ATMP’s. Pay-for-performance-modellen bijvoorbeeld kunnen de toegang verbeteren en de terugbetaling afstemmen op de behaalde patiëntresultaten. Daarnaast blijft een nauwe samenwerking tussen biofarmaceutische bedrijven, zorgverleners, regelgevers en patiëntenorganisaties essentieel. Tot slot kan ook de deelname aan klinische studies, vooral internationaal, nog een stuk beter. België zou patiënten hierin actiever kunnen ondersteunen en financiële drempels wegnemen.
Als we op al deze punten vooruitgang boeken, dan kunnen we de uitrol van therapeutische innovaties versnellen en de uitkomsten voor kankerpatiënten nog aanzienlijk verbeteren.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van het reilen en zeilen binnen de farma-industrie, schrijf je dan in op onze nieuwsbrief!