Biofarma kan de motor zijn van de hoognodige Europese industriële renaissance

Nieuws
Standpunt
Sector
Maatschappelijke impact
Gezondheidsbeleid
Markttoegang

In Antwerpen en Alden Biesen wordt deze week twee dagen lang op topniveau overlegd over de toekomst van de Europese industrie. Die vraag is meer dan ooit aan de orde nu Europa in een drastisch hertekende geopolitieke context zowel politiek als economisch tot een tweederangs rol dreigt te worden herleid. Onze welvaart is geen verworvenheid, het is een werkwoord.

De realiteit is dat we ons in slaap hebben laten wiegen. De Europese maakindustrie kreunt al jaren onder de druk van buitenlandse concurrentie en binnenlandse regelgeving waarmee we onszelf vaak uit de marktprijzen. In eigen land zagen we eerder al onze textiel- en metaalsector leegbloeden. De recente golf van geschrapte investeringen en jobs in onze chemiesector is voorlopig de laatste kanarie in de stilaan krakkemikkige koolmijn van onze economie.

De opdracht voor het Europese topoverleg is duidelijk: redden wat er nog te redden valt. En dan komt als logische keuze de biofarmaceutische industrie in beeld. In Europa biedt de sector momenteel nog steeds werk aan 2,3 miljoen mensen, investeert ze jaarlijks 55 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling en draagt ze meer dan 200 miljard euro bij aan de economie.

Onze troeven zijn reëel. Europa heeft een indrukwekkende wetenschappelijke traditie — van de ontdekking van DNA tot mRNA-technologieën — gesteund op onderzoekers van wereldklasse en sterke gezondheidszorgsystemen. Maar troeven zonder strategie worden snel relikwieën. En ook hier dreigt Europa opnieuw dezelfde fout te maken: te laat reageren, te weinig durven, te versnipperd handelen. De cijfers liegen niet. In 2024 bedroeg de wereldwijde geneesmiddelenverkoop 1.737 miljard dollar. Bijna de helft daarvan — 46 % — vond plaats in de Verenigde Staten, waar een agressief industriebeleid investeringen, productie en talent aantrekt. Europa verliest terrein.

China volgt dezelfde logica, maar met nog meer vastberadenheid. Het land produceert vandaag 60 % van alle actieve farmaceutische ingrediënten wereldwijd, en zelfs 80 % van wat Europa gebruikt. In 2024 lanceerde China 28 nieuwe geneesmiddelen — meer dan Europa en bijna evenveel als de VS. Ook in klinisch onderzoek is Europa inmiddels naar de derde plaats gezakt.

De beleidsvraag waarvoor Europa vandaag staat, is daarom onthutsend eenvoudig: willen we een continent blijven waar nieuwe geneesmiddelen en vaccins worden ontwikkeld, geproduceerd en geëxporteerd? Of nemen we genoegen met de rol van afhankelijke consument van Amerikaanse en Aziatische innovatie?

Voor België is die vraag nog scherper. Ons land bouwde de voorbije decennia — zonder grote slogans, maar met visie — een echte biofarmaceutische vallei uit. Dat was geen toeval. Beleidsmakers, universiteiten en bedrijven creëerden samen een ecosysteem dat investeringen aantrok, jobs schiep en kennis verankerde.

Vandaag staat dat model onder druk. Een structureel gebrek aan waardering voor innovatie en aanhoudende besparingen op geneesmiddelenbudgetten leiden tot een sluipende drooglegging van onze Pharma Valley. België heeft een renpaard op stal, maar behandelt het alsof het een melkkoe is.

Door complexe regelgeving, gefragmenteerde markttoegang en een tanende bereidheid om te investeren in innovatieve geneesmiddelen, verschuiven investeringsbeslissingen steeds vaker weg van Europa. Wat jarenlang een geleidelijke erosie was, dreigt door geopolitieke verschuivingen nu onomkeerbaar te worden.

Europa en België staan op een kruispunt. Niet louter spreekwoordelijk, maar ook in de harde economische realiteit. Of we versterken onze biofarmaceutische industrie als motor voor een hoognodige industriële renaissance, of we aanvaarden onze achteruitgang.

Die renaissance vraagt politieke moed. Ze vergt een industriebeleid dat innovatie niet alleen prijst in speeches, maar ondersteunt met daden en middelen. Ze vraagt een samenleving die farmabedrijven niet reduceert tot winst gedreven opportunisten, maar erkent als strategische hefbomen voor volksgezondheid, werkgelegenheid en economische weerbaarheid. Dit impliceert dat budgetten voor innovatieve geneesmiddelen moeten stijgen zodat ze in een correcte verhouding kunnen staan tot de meerwaarde die ze bieden voor de volksgezondheid en de arbeidsproductiviteit. Goedgekeurde innovaties moeten ook sneller hun weg kunnen vinden tot de patiënten zodat ze hun kostenbesparend potentieel sneller kunnen waarmaken. Over deze en andere maatregelen moeten de Europese beleidsverantwoordelijken dringend een strategische dialoog aangaan met de geneesmiddelensector.

De keuzes liggen op tafel. Het moment is nu. Als Europa zijn mondiale relevantie wil behouden, en België zijn biofarmaceutische koppositie niet wil zien verdorren tot een woestijn, dan is uitstel geen optie meer. Het is dus alle hens aan dek in Antwerpen en Alden Biesen.

Caroline-Ven-CEO-September-2025
Caroline Ven
CEO
Become a member

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van het reilen en zeilen binnen de farma-industrie, schrijf je dan in op onze nieuwsbrief!