12 OKTOBER 2004. - Koninklijk besluit inzake het voorkomen van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (B.S. 20.10.2004)

10-03-2011

Klik hier voor het Word-document.


 

J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving

Einde

Eerste woord

Laatste woord

 

Aanhef

 

 

Inhoudstafel

 

 

 

 

 

 

Franstalige versie

 

belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving

Raad van State

 

 



Titel

12 OKTOBER 2004. - Koninklijk besluit inzake het voorkomen van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie :
20-10-2004
Inwerkingtreding :
30-10-2004
Dossiernummer : 2004-10-12/31

 

Inhoudstafel

Tekst

Begin

Art. 1-8
BIJLAGEN.
Art. N1-N4

 

Tekst

Inhoudstafel

Begin

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet van 21 december 1998 : de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid;
  2° elektrische en elektronische apparatuur (EEA) : apparaten die elektrische stromen of elektromagnetische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden die onder de categorieën van bijlage I van dit besluit vallen en bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom. Bijlage II bevat een lijst van producten die onder de in bijlage I genoemde categorieën vallen;
  3° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) : elektrische of elektronische apparaten die afvalstoffen vormen in de zin van de gewestelijke wetgeving waar ze zich bevinden, daaronder begrepen alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt;
  4° producent : eenieder die ongeacht de verkooptechniek, met inbegrip van technieken voor verkoop op afstand overeenkomstig de artikels 77 tot en met 83 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument :
  a) onder zijn eigen merk elektrische en elektronische apparatuur vervaardigt en verkoopt in België,
  b) onder zijn eigen merk apparatuur verkoopt in België die door andere leveranciers is geproduceerd, waarbij de wederverkoper niet als " producent " wordt beschouwd, wanneer de naam van de producent overeenkomstig punt a) op het apparaat zichtbaar is, of
  c) beroepsmatig elektrische en elektronische apparatuur binnenbrengt in België of in een lidstaat van de Europese Unie op de markt brengt.
  Wordt niet als " producent " aangemerkt, diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst, tenzij hij tevens optreedt als producent in de zin van het bepaalde onder de punten a) tot en met c);.
  5° distributeur : eenieder die op commerciële basis elektrische of elektronische apparatuur levert in België aan degene die deze apparatuur zal gebruiken;
  6° gevaarlijke stoffen of preparaten : stoffen of preparaten die als gevaarlijk moeten worden beschouwd op grond van :
  a) het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan
  b) het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor zijn leefmilieu;
  7° financieringsovereenkomst : een lening-, lease-, huur- of afbetalingsovereenkomst of een regeling met betrekking tot enige apparatuur, ongeacht of volgens die overeenkomst of regeling, dan wel volgens een bijkomende overeenkomst of regeling, eigendomsoverdracht van het apparaat zal of kan plaatsvinden;
  8° op de markt brengen : het binnenbrengen, de invoer of het bezit met het oog op de verkoop of het ter beschikking stellen aan derden, het te koop aanbieden, de verkoop of het huuraanbod, de verhuring of de afstand onder bezwarende titel of gratis;
  9° een verkooppunt : een plaats waar nieuwe elektrische en elektronische apparatuur is uitgestald of aan potentiële klanten voor verkoop worden aangeboden.

  
Art. 2. Het is verboden vanaf 1 juli 2006 nieuwe elektrische en elektronische apparatuur van de categorieën 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 van bijlage I bij dit besluit, alsmede gloeilampen en armaturen in huishoudens die lood, kwik, cadmium, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB's) of polybroomdifenylethers (PBDE's) bevatten, in België op de markt te brengen.
  De bepaling in het vorige lid geldt niet voor :
  i) de toepassingen van bijlage III
  ii) de onderdelen voor het herstellen van elektrische of elektronische apparatuur die vóór 1 juli 2006 in de handel is gebracht, noch voor het hergebruik van deze apparatuur.

  
Art. 3. § 1. De producenten dragen er zorg voor dat gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur in particuliere huishoudens via de gebruiksaanwijzing de nodige informatie krijgen over :
  1° het voorschrift dat AEEA niet als ongesorteerd stedelijk afval mag worden verwijderd, maar gescheiden moet worden ingezameld;
  2° de voor hen beschikbare inleverings- en inzamelingssystemen;
  3° hun rol in de bevordering van hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing van AEEA;
  4° de mogelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen in elektrische en elektronische apparatuur;
  5° de betekenis van het in bijlage IV weergegeven symbool.
  § 2. De producent en distributeur zorgen ervoor dat zij de in § 1 vermelde informatie gratis in elk verkooppunt ter beschikking stellen van potentiële kopers.

  
Art. 4. De producenten dragen er zorg voor dat elektrische en elektronische apparatuur, die na 13 augustus 2005 in België op de markt wordt gebracht, duidelijk wordt voorzien van het in bijlage IV weergegeven symbool. Bij wijze van uitzondering, wanneer dit wegens de afmetingen of de functie van het product nodig is, wordt het symbool afgedrukt op de verpakking, de gebruiksaanwijzing en het garantiebewijs van de elektrische en elektronische apparatuur.

  
Art. 5. Elke producent van een elektrisch en elektronisch apparaat dat na 13 augustus 2005 op de markt wordt gebracht, moet duidelijk kunnen worden geïdentificeerd door een aanduiding op het apparaat. Met het oog op een onbetwistbare vaststelling van het tijdstip van het op de markt brengen, wordt het apparaat voorzien van de expliciete vermelding dat het na 13 augustus 2005 op de markt is gebracht.

  
Art. 6. Behoudens voor wat betreft artikel 5 worden inbreuken op de bepalingen van dit besluit opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 21 december 1998.
  De inbreuken op artikel 5 van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.

  
Art. 7. De bepalingen in dit besluit gelden niet voor de apparatuur die verband houdt met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid, wapens, munitie en oorlogsmateriaal. Zulks geldt evenwel niet voor producten die niet specifiek voor militaire doeleinden zijn bestemd.

  
Art. 8. Onze Minister van Economie en Onze Minister van Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 12 oktober 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Leefmilieu,
  B. TOBBACK

  
BIJLAGEN.

  
Art. N1. Bijlage I.
  Categorieën elektrische en elektronische apparatuur waarop dit besluit van toepassing is :
  1. Grote huishoudelijke apparaten
  2. Kleine huishoudelijke apparaten
  3. IT- en telecommunicatieapparatuur
  4. Consumentenapparatuur
  5. Verlichtingsapparatuur
  6. Elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties)
  7. Speelgoed, apparatuur voor sport en ontspanning
  8. Medische hulpmiddelen (met uitzondering van alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten)
  9. Meet- en controle-instrumenten
  10. Automaten
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2004 inzake het voorkomen van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Leefmilieu,
  B. TOBBACK

  
Art. N2. Bijlage II.
  Lijst van producten die onder de toepassing van dit besluit en onder de categorieën van bijlage I vallen :
  1. Grote huishoudelijke apparaten
  Grote koelapparaten
  Koelkasten
  Diepvriezers
  Andere grote apparaten voor koeling, bewaring en opslag van voedsel
  Wasmachines
  Wasdrogers
  Vaatwasmachines
  Kooktoestellen
  Elektrische fornuizen
  Elektrische kookplaten
  Magnetrons
  Andere grote apparaten voor de bereiding en andere behandelingen van voedsel
  Elektrische verwarmingsapparatuur
  Elektrische radiatoren
  Andere grote toestellen voor de verwarming van kamers, bedden en zitmeubelen
  Elektrische ventilatoren
  Airconditioners
  Andere ventilatie-, afzuig- en airconditioningapparatuur
  2. Kleine huishoudelijke apparaten
  Stofzuigers
  Rolvegers
  Andere schoonmaakapparaten
  Apparaten voor het naaien, breien en weven en andere textielbewerkingen
  Strijkijzers en andere apparaten voor het strijken en mangelen en andere verzorging van kleding
  Broodroosters
  Frituurpannen
  Koffiemolens,
  koffiezetmachines en apparatuur voor het openen of luchtdicht sluiten van recipiënten of verpakkingen
  Elektrische messen
  Tondeuses, haardrogers, elektrische tandenborstels, scheerapparaten, massage- en andere lichaamsverzorgingsapparaten
  Klokken, andere uurwerken en apparatuur voor het meten, aangeven of registreren van tijd
  Weegschalen
  3. IT- en telecommunicatieapparatuur
  Gecentraliseerde gegevensverwerking :
  Mainframes Minicomputers Afdrukeenheden Persoonlijk computergebruik :
  Personal computers (inclusief processor, muis, scherm en toetsenbord)
  Schootcomputers (inclusief processor, muis, scherm en toetsenbord)
  Notebookcomputers
  Notepadcomputers
  Printers
  Kopieerapparaten
  Elektrische en elektronische typemachines
  Zak- en bureaurekenmachines en andere producten en apparatuur voor het elektronisch verzamelen, opslaan, verwerken, presenteren of communiceren van informatie
  Gebruikerseindstations en -systemen
  Faxapparaten
  Telexapparaten
  Telefoons
  Munt- en kaarttelefoons
  Draadloze telefoons
  Cellulaire telefoons
  Antwoordapparaten en andere producten of apparatuur voor het overbrengen met telecommunicatie van geluid, beelden of andere informatie
  4. Consumentenapparatuur
  Radiotoestellen
  Televisietoestellen
  Videocamera's
  Videorecorders
  Hifi-recorders
  Geluidsversterkers
  Muziekinstrumenten en andere producten of apparatuur voor het opnemen of weergeven van geluid of beelden, waaronder signalen of andere technieken voor de verspreiding van beeld en geluid dan telecommunicatie
  5. Verlichtingsapparatuur
  Armaturen voor fluorescentielampen, uitgezonderd armaturen in huishoudens
  Fluorescentielampen (TL-buizen)
  Compacte fluorescentielampen
  Hogedrukgasontladingslampen, met inbegrip van hogedruknatriumlampen en metaalhalogenidelampen
  Lagedruknatriumlampen
  Andere verlichting of apparatuur voor het verspreiden of regelen van licht, uitgezonderd gloeilampen
  6. Elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties)
  Boren
  Zagen
  Naaimachines
  Apparatuur voor het draaien, frezen, schuren, slijpen, zagen, snijden, afsnijden, boren, maken van gaten, ponsen, vouwen, buigen of dergelijke bewerkingen van hout, metaal en ander materiaal
  Gereedschap voor het klinken, spijkeren of schroeven, of het verwijderen van klinknagels, spijkers en schroeven, of dergelijk gebruik
  Gereedschap voor het lassen, solderen of dergelijk gebruik
  Apparatuur voor het verstuiven, verspreiden, dispergeren of op andere wijze behandelen van vloeistoffen of gassen
  Gereedschap voor het maaien en andere tuinbezigheden
  7. Speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur
  Elektrische treinen en autoracebanen
  Handheld consoles voor videospellen
  Videospellen
  Fiets-, duik-, loop-, roeicomputers en dergelijke
  Sportapparatuur met elektrische of elektronische onderdelen
  Speelautomaten
  8. Medische hulpmiddelen (met uitzondering van alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten)
  Radiotherapeutische apparatuur
  Cardiologische apparatuur
  Dialyseapparatuur
  Beademingstoestellen
  Apparatuur voor nucleaire geneeskunde
  Laboratoriumapparatuur voor in-vitrodiagnostiek
  Analyseapparatuur
  Diepvriezers
  Apparatuur voor vruchtbaarheidstests
  Andere apparaten voor het opsporen, voorkomen, volgen, behandelen en verlichten van ziekten, verwondingen of handicaps
  9. Meet- en controle-instrumenten
  Rookmelders
  Verwarmingsregelaars
  Thermostaten
  Meet-, weeg- en afstelapparaten voor huishouden of laboratorium
  Andere meet- en regelapparatuur, voor industriële installaties (bv. in regelpanelen)
  10. Automaten
  Automaten voor warme dranken
  Automaten voor warme/koude flesjes/blikjes
  Automaten voor vaste voedingsproducten
  Geldautomaten
  Alle automaten voor alle soorten producten
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2004 inzake het voorkomen van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Leefmilieu,
  B. TOBBACK

  
Art. N3. Bijlage III.
  Toepassingen van lood, kwik, cadmium en zeswaardig chroom, die zijn vrijgesteld van de vereisten van artikel 2 :
  1. Kwik in compacte fluorescentielampen tot maximaal 5 mg per lamp.
  2. Kwik in TL-buizen voor algemeen gebruik met ten hoogste :
  - halofosfaat 10 mg
  - trifosfaat met normale levensduur 5 mg
  - trifosfaat met lange levensduur 8 mg
  3. Kwik in TL-buizen voor speciaal gebruik.
  4. Kwik in niet specifiek in deze bijlage genoemde lampen.
  5. Lood in glas van beeldbuizen, elektronische onderdelen en fluorescentielampen.
  6. Lood in staallegeringen met maximaal 0,35 gewichtsprocent lood, aluminiumlegeringen met maximaal 0,4 gewichtsprocent lood en koperlegeringen met maximaal 4 gewichtsprocent lood.
  7. - Lood in soldeer met hoge smelttemperatuur (d.w.z. tin-loodsoldeerlegeringen met meer dan 85 % lood);
  - lood in soldeer voor servers, opslagsystemen en meervoudige opslagsystemen (vrijstelling tot 2010);
  - lood in soldeer voor netwerkinfrastructuurapparatuur voor schakelingen, signaalverwerking, transmissie en netwerkbeheer voor telecommunicatie;
  - lood in elektronische keramische onderdelen (bv. piëzo-elektronische inrichtingen).
  8. Cadmium aangewend in een oppervlaktebehandeling (cadmeren), behoudens in toepassingen die verboden zijn uit hoofde van koninklijk besluit van 25 februari 1996 houdende wijziging van koninklijk besluiten van 10 januari 1978 en van 9 april 1980 inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten.
  9. Zeswaardig chroom als corrosiewering in het koolstofstalen koelsysteem van absorptiekoelkasten.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2004 inzake het voorkomen van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Leefmilieu,
  B. TOBBACK

  
Art. N4. Bijlage IV. - Symbool als merkteken voor elektrische en elektronische apparatuur
  Het symbool voor gescheiden inzameling van elektrische en elektronische apparatuur bestaat uit een doorgekruiste verrijdbare afvalbak zoals hieronder afgebeeld. Het symbool moet zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar worden aangebracht.
  (Symbool niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 20-10-2004, p. 72850).
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2004 inzake het voorkomen van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Leefmilieu,
  B. TOBBACK.

 

Aanhef

Tekst

Inhoudstafel

Begin

   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, inzonderheid op het artikel 14, § 1, a);
   Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, inzonderheid op artikel 5, § 1, eerste lid, 1°, 3° en 6°;
   Gelet op richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur;
   Gelet op richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA);.
   Gelet op de omstandigheid dat de Gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;
   Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO gegeven op 14 juli 2004,
   Gelet op het verzoek om advies aan de Raad voor het Verbruik van 25 juni 2004 op grond van artikel 14, § 2 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, waaromtrent geen antwoord binnen de vastgestelde termijn werd ontvangen;
   Gelet op de kennisgeving van 25 juni 2004 aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, aan de Hoge Gezondheidsraad en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 juni 2004;
   Gelet op advies 37.624/1/V van de Raad van State, gegeven op 15 september 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid en van Onze Minister van Leefmilieu,
   Besluit :

 

Begin

Eerste woord

Laatste woord

 

Aanhef

 

 

Inhoudstafel