pharma.be : Oproep om voorzichtiger te communiceren rond innovatieve medicatie

03/05/2019

pharma.be reageert met verbazing op de insinuaties van de Christelijke Mutualiteit in de pers over de werkzaamheid van een reeks geneesmiddelen in bijkomende indicaties (Het Laatste Nieuws , 2 mei 2019).


De Christelijke Mutualiteit verwijst daarbij naar een studie van Prescrire international, een Frans tijdschrift dat 99 geneesmiddelen, nieuwe indicaties, nieuwe doseringen en nieuwe galenische vormen heeft onderzocht. Uit hun analyse zou blijken dat een aantal geneesmiddelen geen meerwaarde zou bieden. Terwijl in het geval van een nieuwe galenische vorm – wanneer naast het bestaande geneesmiddel in pil-vorm bijvoorbeeld ook een bruistablet of een injectievorm beschikbaar wordt –er een duidelijke meerwaarde kan zijn op het gebied van het gebruiksgemak en dus het comfort van de patiënt.

pharma.be betreurt dat de Christelijke Mutualiteit dit onderzoek zomaar zonder enige duiding aangrijpt om de waarde van een aantal belangrijke geneesmiddelen in twijfel te trekken.

Sommigen van deze geneesmiddelen werden de voorbije jaren bekroond met de Galenusprijs voor beste medische innovatie, terwijl anderen – in de vermelde indicatie – levensreddend en breed aanbevolen worden door internationale en nationale richtlijnen.

pharma.be wijst er op dat de Christelijke Mutualiteit, samen met de andere ziekenfondsen deel uitmaakt van de Commissie voor Tegemoetkoming van Geneesmiddelen (CGT) in de schoot van het RIZIV, die de werkzaamheid van nieuwe geneesmiddelen en van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe indicaties, evalueert. Alle geneesmiddelen waarnaar verwezen wordt in het artikel, werden door die Commissie behandeld, en grondig geëvalueerd op hun doeltreffendheid. Het is dan ook verbazend te lezen dat de CM de besluiten en adviezen van het CTG waarin zij zelf zetelen, in twijfel trekt.

pharma.be roept alle gezondheidsactoren op om voorzichtig te zijn in hun publieke communicatie, omdat patiënten nu nodeloos ongerust worden over hun behandeling. We raden patiënten aan om hun behandeling verder te zetten en, indien ze vragen hebben, contact op te nemen met hun arts.