“Farmasector gaat niet alleen over productie. Farma gaat over het verbeteren van levens en levensomstandigheden.”

 

Unjela Kaleem. Communicatiedirecteur voor IFPMA, de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations

 

 

 

 

Unjela Kaleem, je begon in december aan je nieuwe functie bij IFPMA. Een nieuwe stap in je carrière waarin je al veel verschillende inzichten hebt verworven?

Inderdaad. Mijn loopbaan is misschien iets minder traditioneel, met mijn achtergrond in zowel de publieke, de non-profit- als de privésector. Ik heb namelijk al gewerkt voor Nestlé, de Wereldbank, de Verenigde Naties en enkele multilaterale organisaties, waar ik onder andere hoofd van een internationale Kamer van Koophandel en Industrie was. Ik ben hoofd van Communicatie en Promotie bij het Kantoor voor Projectdiensten van de Verenigde Naties geweest, gespreksleider bij het 'Stop TB Partnership' en leidinggevende voor landenbetrekking en communicatie bij het Water Supply and Sanitation Collaborative Council (WSSCC), voordat ik in december 2018 begon bij IFPMA. Ik moet zeggen dat al die ervaringen mijn vaardigheden hebben aangescherpt en me hebben geholpen om zaken van verschillende kanten te bekijken.

Maar een van je eerste taken had te maken met verslagen schrijven over huiselijk geweld?

Na de Wereldbank en een opdracht bij Dow Jones Newswires, heb ik nauw samengewerkt met het team van de Mensenrechtencommissie en gedurende drie opeenvolgende jaren jaarverslagen geschreven over ‘geweld tegen vrouwen in Pakistan'. In Australië heb ik gelijkaardig werk gedaan (Monash University), en de gelijkenissen in de perceptie van geweld tegen vrouwen waren treffend. Het gebrek aan informatie en bewustzijn over dergelijke problemen in de samenleving was enorm. Dit heeft me inderdaad beïnvloed en het benadrukt het belang van 'de manier waarop de boodschap overgebracht wordt’, om de impact ervan te vergroten.

Je hebt een erg uitgebreide carrièreachtergrond. Uit welke ervaring heb je de meeste voldoening gehaald en waarom?

Het is moeilijk om te zeggen uit welke ik de meeste voldoening heb gehaald, omdat elke professionele ervaring gepaard ging met een andere regio en een andere sector. Dat heeft mijn kennis over mensen, landen en hun problemen wel enorm vergroot! Ik heb in de praktijk geleerd dat je niet iedereen over dezelfde kam mag scheren. Maar als ik echt moet kiezen, dan heeft mijn werk met gemeenschappen in 21 landen in Equatoriaal Afrika en Oceanië me de meeste voldoening gegeven.

Waarom?

Ten eerste is Afrika zeer divers en biedt het een unieke combinatie van kansen en uitdagingen. Mijn werk bestond niet alleen uit strategische communicatie, maar ook uit openbare aangelegenheden, klantbegrip en het versterken van de gedeelde waarde (betrokkenheid van de gemeenschap). Het bedrijf Nestlé had bijvoorbeeld al lang door dat het moest investeren in de gemeenschappen waar het actief was, als het wilde dat het bedrijf bloeide en ze meerwaarde kon creëren voor de aandeelhouders. Het concept van gedeelde waarde had de grootste impact op de gemeenschappen/productieketens waar het inkomen van boeren steeg naargelang hun gemiddelde productie toenam. Dat werd mogelijk omdat ze hun vaardigheden verbeterd hadden tijdens verschillende programma’s georganiseerd door Nestlé. Wanneer je boeren en hun gemeenschap uit de armoede haalt, heeft dat een directe impact op de algemene sociale indicatoren van een land. Dergelijke verhalen komen echter niet aan de oppervlakte en het goede werk dat de privésector, inclusief de farmasector, verricht heeft om gemeenschappen te verbeteren, wordt niet op een doeltreffende manier getoond.

Dus er is meer communicatie nodig?

Inderdaad. Ik heb altijd al gevonden dat bedrijven op een meer doeltreffende manier moeten communiceren over wat ze terugdoen voor de maatschappij. Ik was bijvoorbeeld de jongste en eerste vrouwelijke CEO van de Kamer van Koophandel in Karachi, in Azië, en ik moest aan veel en zeer uiteenlopende verwachtingen voldoen. In die tijd was het concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) nog niet helemaal doorgebroken. Veel bedrijfsleiders vonden het niet echt belangrijk en geloofden niet dat het hun bedrijf ten goede kon komen. Daarom begon ik een catalogus aan te leggen van de vele projecten die in de industrie werden uitgevoerd om de millenniumdoelstellingen (de MDGs van de Verenigde Naties, 2000-2015) te behalen. Toen geloofde men nog dat de last om die MDG-doelstellingen te behalen alleen bij de overheid lag.

Terwijl ik er juist van overtuigd ben dat je een trilaterale samenwerking tussen overheden, het bedrijfsleven en non-profitorganisaties nodig hebt om duurzame resultaten te bereiken. Toen ik aan de catalogus werkte, heb ik ontdekt dat er zo veel projecten waren waar bedrijven samen met lokale gemeenschappen aan werkten, maar dat die onder de radar bleven. Ik heb prachtige verhalen gehoord over bedrijven die scholen openden in de buurt van fabrieken, of andere die programma’s opzetten voor gendergelijkheid en om vrouwen te stimuleren om naar school te gaan. Al te vaak kwamen bedrijven niet naar voren met deze voorbeelden, en overheden hielden zich er ook niet mee bezig. Ik vond dus dat er meer begrip nodig was, en daarom heb ik deze catalogus van inspirerende projecten opgesteld.

Bedrijven moeten meer communiceren over hun projecten en hoeven zich er niet voor te schamen. Zulke MVO-projecten brengen een grote verantwoordelijkheid met zich mee voor het bedrijf en ondersteunen ondernemingen. Het tilt een gemeenschap naar een hoger niveau en het is duurzamer dan bijvoorbeeld een eenmalige donatie aan een liefdadigheidsorganisatie. Bedrijven moeten het echt meer hebben over het goede werk dat ze voor lokale gemeenschappen verrichten, alsook over hun bedrijfsfilosofie en over de manier waarop ze met de gemeenschap interageren.

Is dat ook jouw missie voor de farmaceutische industrie?

Naar mijn bescheiden mening communiceren we nog steeds te veel in cijfers en maken we te weinig emotioneel contact met de mensen. Cijfers zijn nodig voor het beleid, maar we moeten het tegelijkertijd ook hebben over hoe onze industrie in de praktijk levens verbeterd heeft. Farma zou gezien moeten worden als deel van het dagelijks leven, in plaats van enkel maar wanneer men ziek is. Dat is een kwestie van betrokkenheid, van het op een of andere manier deel uitmaken van iemands leven.

Ik ben ervan overtuigd dat de farmasector een meer diepgaande rol kan spelen in gedragsverandering zodat gemeenschappen meer gezonde gewoontes aannemen. Access Accelerated is een geweldig platform dat laat zien hoe de industrie zich inspant om niet-overdraagbare ziekten te bestrijden. Ik wil dolgraag dat dergelijke initiatieven wereldwijd beter zichtbaar worden zodat percepties kunnen veranderen.

Of neem bijvoorbeeld ziekten die via water worden overgedragen, zoals tyfus. Tijdens mijn periode bij WSSCC en het Kantoor voor Projectdiensten van de Verenigde Naties heb ik samengewerkt met farmaceutische bedrijven die samen met agentschappen sanitaire basisvoorzieningen installeerden en op die manier de verspreiding van via water overgebrachte ziekten en diarree tegengingen. Dat zijn mooie voorbeelden van hoe de farmasector haar horizon verbreedt wat betreft het samenwerken met de gemeenschap, en het toont dat farmaceutische bedrijven meer doen dan enkel een pil aanleveren.

Is dat het verhaal dat je wilt brengen?

Toen deze betrekking bij IFPMA vrijkwam, wist ik dat dit mijn kans was om een verschil te maken. Om ook de andere kanten van het verhaal te tonen. De farmasector gaat niet alleen over productie. Farma gaat over het verbeteren van levens en levensomstandigheden. Omdat een gezonde mens zal bijdragen aan een gezondere samenleving. En een deel van het werk van die farmaceutische bedrijven - of het nu gaat over Access Accelerated of over de manier waarop die bedrijven de toegang tot geneesmiddelen vergemakkelijken - bestaat uit programma's die ervoor zorgen dat geneesmiddelen toegankelijker worden of die bijdragen aan een betere samenwerking met overheden en gemeenschappen.

Kan een sector dat in zijn eentje?

Nee. Een sector heeft in zijn eentje niet de nodige capaciteit, en we moeten ook niet verwachten dat we alles alleen kunnen. Het is een gezamenlijke onderneming van overheden, donoren, beleidsmakers, agentschappen, de academische wereld, de privésector en de uitvoerende partners. Ze moeten samenwerken om de impact te vergroten. Volgens mij is er zelfs een rol weggelegd voor activisten, zolang hun kritiek positief en constructief is, en bedoeld is om iedereen bij de pinken te houden en het beste uit alle actoren te halen.

Het goede is dat farmaceutische bedrijven veel goed werk leveren, en er is zo veel werk dat ruimer gedeeld en kenbaar gemaakt kan worden voor een groter publiek. Om eerlijk te zijn, weet ik zelf nog niet helemaal wat er zich daar buiten allemaal afspeelt, en ik denk dat de helft van het probleem ook te maken heeft met de manier waarop we communiceren. Want we hebben het werk wel gedaan, maar het wordt niet erkend.

En daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen.