"Patiënten helpen doe ik met hart en ziel"

 

Dr. Bharati Shivalkar, Cardioloog en Medisch Directeur bij Pfizer Belux

 

 

 

Dr. Bharati Shivalkar is cardioloog en was 19 jaar actief in de academische en medische wereld. Sinds kort is ze actief in de farmaceutische wereld als medisch directeur bij Pfizer. Bovendien is ze een vrouw met een missie: «Patiënten helpen doe ik met hart en ziel. Dat was zo toen ik in de academische wereld actief was en dat is zo in mijn huidige functie binnen de farmaceutische sector.» Eén van haar belangrijkste stokpaardjes is een snellere opsporing van hartkwalen bij vrouwen. De geknipte vrouw voor een gesprek aan de vooravond van de Internationale Dag van de Vrouw.

Waarom koos u voor een overstap van de academische wereld naar de farmaceutische sector?

"Ik heb altijd met veel passie gewerkt als cardioloog en die passie neem ik mee, samen met mijn ervaring en kennis. Een overstap naar de farmaceutische industrie is een unieke opportuniteit om mijn perspectief te verbreden, want naast cardiologie is Pfizer ook actief in andere therapeutische domeinen. Ik ben nu betrokken bij de vroege ontwikkeling van innovatieve geneesmiddelen, wat ik als cardioloog niet was. Het is daarenboven ook een enorm boeiende periode om in de farmaceutische industrie aan de slag te gaan. Revolutionaire therapieën zoals gentherapie en immunotherapie staan op het punt om door te breken. Dat ik daar elke dag aan kan bijdragen, beschouw ik als een voorrecht."

Dat er revolutionaire tijden aankomen in onze sector is hoopgevend voor patiënten, maar het zorgt ook voor nieuwe uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot innovaties voor patiënten in België. Hoe staat u daar tegenover ?

"Een kwalitatieve gezondheidszorg voor de Belgische patiënten is een gedeelde bezorgheid en verantwoordelijkheid. We moeten als farmaceutische industrie samenwerken met patiëntenorganisaties, beleidsmakers, vertegenwoordigers uit de medische en academische wereld en andere stakeholders in de gezondheidszorg om ervoor te zorgen dat patiënten toegang hebben tot kwalitatieve, innovatieve geneesmiddelen, vandaag, morgen en in de toekomst. Maar daar houdt het niet op. Ik vind dat alle betrokkenen – de farmaceutische sector inclusief – nog meer moeten inzetten op ‘patient empowerment’. Dit betekent dat we nog meer zullen inzetten op het informeren, betrekken en luisteren naar patiënten."

Wat kan de farmaceutische sector specifiek doen? Kan u een voorbeeld geven?

“Neem bijvoorbeeld klinische studies voor innovatieve geneesmiddelen. Daar zijn in tegenstelling tot vroeger niet enkel de ‘harde klinische parameters’ belangrijk. De parameters die de levenskwaliteit van de patiënt in kaart brengen, doen er tegenwoordig ook toe. Een ander goed voorbeeld zijn adviesraden met patiënten, waar we van het begin luisteren naar hun inzichten en noden."

Patiënten – en een goede zorg voor patiënten - liggen u duidelijk na aan het hart. U roept ook al langer op om meer aandacht te besteden aan de gezondheid van vrouwen. Kan u dat toelichten ?

"Om te beginnen: patiënten helpen doe ik met hart en ziel. Als cardioloog en onderzoeker stelde ik vast dat hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak zijn bij vrouwen in België. Toch leeft de perceptie dat cardiovasculaire aandoeningen vooral een mannenzaak zijn, waardoor de diagnose bij vrouwen vaak te laat gesteld wordt."

Het gaat dus om een perceptie met belangrijke gevolgen voor de gezondheid van vrouwen?

“Inderdaad. Het is erg belangrijk te begrijpen dat vrouwen een andere fysiologie hebben dan mannen. En dus hebben ze ook een andere benadering van hun gezondheid nodig. Dat ik specifiek focus op gezondheid bij vrouwen is dus niet discriminerend naar mannen toe. Het is eerder een vorm van specialisatie. Cardiovasculaire aandoeningen zijn daar een goed voorbeeld van. Vrouwen ervaren bijvoorbeeld minder duidelijke symptomen dan mannen. Daarnaast zijn ze tot de menopauze grotendeels beschermd tegen vaatlijden door de aanmaak van het hormoon oestrogeen. Voor de leeftijd van 60 jaar komen hartinfarcten bij mannen dan ook 2 keer zo vaak voor als bij vrouwen. Vanaf de menopauze verandert dat. Het oestrogeengehalte daalt en het aantal problemen door hart en vaatkwalen stijgt bij vrouwen. Vanaf 70 jaar lopen vrouwen een groter risico op hart en vaatkwalen dan mannen. Bovendien worden vroege risicofactoren zoals een problematische zwangerschap te weinig in rekening gebracht. Het gaat om specifieke kennis, die nog onvoldoende gekend is bij de bevolking. Uiteindelijk overlijden meer dan 1/3 van de Belgische vrouwen aan een vorm van hart- en vaatziekten. Aan dat idee kan ik niet wennen, omdat het grotendeels voorkomen kan worden!”

Wat kan er volgens u gedaan worden om meer vrouwelijke patiënten te helpen ?

"Ik geloof in een holistische aanpak, waarin zowel preventie als een goede behandeling en opvolging een plaats hebben. Er is een sleutelrol weggelegd voor huisartsen en gynaecologen. Zij zien vrouwelijke patiënten het vroegst en het vaakst. Zij zouden alerter kunnen zijn voor potentiële hart- en vaatproblemen in een vroeg stadium, wat van groot belang is voor de gezondheid en de levenskwaliteit van de patiënt. Daarnaast is informatie essentieel om taboes te doorbreken. Vrouwen moeten mondiger durven en kunnen zijn over hun gezondheid. Een voorbeeld: vrouwen verzwijgen bij de dokter vaak de symptomen van een cardiovasculaire aandoening omdat ze denken dat ze gelinkt zijn aan de menopauze. Er zijn vrouwen die onnodig overlijden door een gebrek aan informatie en verkeerde aannames, zowel bij patiënten als bij artsen. Dat mogen we als samenleving niet aanvaarden. Ik leg me daar alvast niet bij neer.” 

Foto: Thomas Vanhaute

Deels gebaseerd op een interview met prof. dr. Shivalkar in magUZA, het zorgmagazine van het UZA. Het interview verscheen in magUZA # 113, Juli 2018. Bron : maguza.be, http://www.maguza.be/modulefiles/magazines/pdfs/8216hartproblemen-bij-vrouwen-blijven-te-vaak-onder-de-radar8217.pdf