Dialogue 2018, samenwerking boven alles

 

 

 

 

 

 

 

De professoren Barbara De Moerloose (Universitair Ziekenhuis Gent), Michel Delforge (Universitair Ziekenhuis Leuven), Jérôme Van Biervliet (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) en Valdelene Iglésias Langer (Uitvoerend directeur Bristol-Myers Squibb België) bespraken in een panelgesprek onder leiding van Ingrid Maes (Inovigate) de uitdagingen die de nieuwe cel- en gentherapieën inhouden voor alle actoren innovatie in binnen de gezondheidssector in België.

Eén sleutelwoord: samenwerken

Om de resultaten van de nieuwe therapieën te optimaliseren, benadrukten de panelleden dat de universitaire wereld, de overheid en de innoverende (bio)farmaceutische industrie nog meer de handen in elkaar moeten slaan. “Zo veel mogelijk muren slopen”, herhaalde Jérôme Van Biervliet, en dat in een zo vroeg mogelijke ontwikkelingsfase.

Professor De Moerloose lichtte verder toe: “in de kinderoncologie worden jaarlijks 350 nieuwe gevallen gediagnosticeerd. Daarbij zien we tientallen verschillende vormen van kankergezwellen. Onze kennis nog meer samenbrengen, meer bepaald in klinische studies, is essentieel om sneller vooruit te gaan”.

De plaats van de patiënt

De sprekers benadrukten het grote belang om de patiënt centraal te stellen. Hem op de hoogte brengen en hem snel betrekken bij het ontwikkelingsproces van de cel- en gentherapie is prioritair.

Nieuwe uitdagingen

Voor alle panelleden kaderen de nieuwe therapieën in het vooruitzicht van een steeds meer gepersonaliseerde geneeskunde. Een van de belangrijkste praktische uitdagingen van de CAR T-celtherapie ligt in de logistiek die uit dit soort behandeling voortvloeit. Tussen het verzamelen van T-cellen bij de patiënt en het injecteren van de gewijzigde witte bloedlichaampjes is voor de opslag, de manipulatie en het transport een geavanceerde technologie en knowhow nodig. België kan op dat vlak rekenen op een uitgebreide expertise. Het komt erop aan die te behouden en verder te ontwikkelen.