Dierengezondheid, een globale aangelegenheid

 

 

 

 

 

"One health"

Dier en mens leven in één ecosysteem. Dit betekent dat resistente bacteriën en de determinanten verantwoordelijk voor resistentie kunnen spreiden tussen de verschillende niches van het ecosysteem. Door direct en indirect contact (voedsel, water, leefomgeving) tussen mens en dier kunnen bacteriën dus van dier naar mens overgaan en omgekeerd. Dit geldt voor commensale bacteriën, die door hun veralgemeend voorkomen vaak beschouwd worden als resistentiereservoirs, maar ook voor pathogene en zoönotische bacteriën.
Het gebruik van antibiotica bij dier of mens veroorzaakt dus in de eerste plaats een selectiedruk op resistente bacteriën aanwezig bij dier of mens. Maar door transmissie kan resistentie overgedragen worden tussen dier en mens

Oplossingen om de resistentie ontwikkeling tegen te gaan of zelfs resistentie uit te bannen zijn niet eenvoudig te noemen. Aangezien gebruik van antibiotica als primaire oorzaak van de ontwikkeling, selectie en spreiding van resistentie wordt aangeduid, wordt een reductie van het gebruik van antibiotica als noodzakelijk beschouwd.

Een forse reductie in antibioticagebruik in de veeteelt in Nederland heeft reeds geresulteerd in een daling in het voorkomen van antibioticaresistentie (MARAN, 2016). Ook in België wordt een significante daling in het voorkomen van antibioticaresistentie gezien bij indicatorbacterie Escherichia coli van voedselproducerende dieren. 

Reductie van het antibioticumgebruik houdt in dat groepsbehandelingen de uitzondering moet zijn en dat in belangrijke mate ingespeeld moet worden op het voorkómen van ziekte door middel van bioveiligheid, vaccinatie, etc (‘Bedrijfsgezondheid en vaccinatiestrategieën’). Reductie van antibioticagebruik kan verder door antibiotica verantwoord te gebruiken. AMCRA heeft het formularium opgesteld als hulpmiddel en ondersteuning van de dierenarts-practicus bij het rationeel en selectief voorschrijven, verschaffen en toedienen van antibacteriële middelen bij dieren

 Antibiotica worden alleen ingezet als daarvoor noodzaak is na diagnosestelling door een dierenarts en deze diagnose bij voorkeur bevestigd is met behulp van aanvullend onderzoek (bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidsbepaling), dat voorzichtig omgesprongen wordt met breedspectrum antibiotica en dat erg potente middelen alleen als laatste redmiddel ingezet worden. Diagnostiek om het oorzakelijk pathogeen agens aan te tonen, aangevuld met een gevoeligheidstestom de werkzaamheid van antibiotica tegenover de geïsoleerde pathogeen in het veld na te gaan, is bij wet verplicht voor het gebruik van de kritisch belangrijke antibiotica (3de/4de generatie cephalosporines en fluoroquinolones) bij voedselproducerende dieren (behalve paard en behandeling van mastitis).

Sources : AMCRA